De algemene bijstandswet

Hoe wil je je ei, Henk? Mijn ei? Gewoon. Zoals altijd. Doorgeprikt en dubbelgebakken. Is goed, Henk. Henk, ik moet je iets vertellen. Moet dat nu? Ja, Henk. Dat moet nu. Henk, ik wil van je af. Van mij af? Waarom zou je van me af willen? Heb je even? Je bent egoïstisch, humeurig, je klaagt over van alles en je hebt een buikje, je bent nooit lief voor me en ik erger me de hele dag gek aan je. O ja? Ja. Als ik je stem hoor krijg ik al overal jeuk. En als ik je zie zou ik je het liefst het raam uitgooien. Wat krijgen we nou? Sorry Henk, maar zo is het nu eenmaal. Waar komt dit opeens vandaan? Niet opeens. Ik wil al 17 en een half jaar van je af. Maar wij zijn precies 17 en een half jaar getrouwd. Klopt, eigenlijk wil ik sinds ik met je ben getrouwd al van je af. O, ik had zo'n spijt! Spijt als haren op mijn hoofd. Daar heb ik niets van gemerkt. Nee, want jij merkt nooit ergens iets van, Henk. En precies daarom wil ik van je af. Maar waarom kom je daar nu pas mee? Omdat vandaag de algemene bijstandswet is aangenomen. O ja, 'alle alleenstaanden zonder werk krijgen bijstand, maandgeld.' Wat heeft dat er mee te maken? Alles. Kijk, als ik tien jaar geleden van je af was gegaan, dan had ik geen geld gehad, geen inkomen, geen huis, dan stond ik op straat. Maar nu is er dan de algemene bijstandswet. Oh, je weet niet hoe blij ik ben dat die erdoor is! O! Dus al die jaren bleef je bij me... Omdat ik geen keus had, Henk. Ik kon niet scheiden. Maar nu wel. Dus ik ga. Wanneer ga je van me af? Nu meteen, Henk. En ik neem de kinderen mee. Kom op jongens, we gaan! En mijn ei dan? Misschien moet je je ei zelf maar even doorprikken en lekker dubbel bakken, Henk. Vaarwel! Stuur je mijn post even door? Waar is de boter, Vera? En het zout? Vera? Vera? Vera?!