Aardgas in de tuin

De volgende gelukkige. Daar gaat-ie dan. Hallo? Dag mevrouwtje, wij zijn van de NAM. De wat? De Nederlandse Aardolie Maatschappij. En we komen u feliciteren. Ik ben helemaal niet jarig! Waarschijnlijk heeft u aardgas in de tuin. Aardgas in de tuin? Geweldig, hè! We denken dat u op een enorme gasbel woont. Hier in Slochteren in Groningen ligt het één na grootste aardgasveld van de wereld. Fantastisch. Dat wist ik niet. Mogen we even boren? Natuurlijk, ja. Ho, ho! Kijk uit voor mijn petunia's! Ja, we moeten even testboren naar aardgas, mevrouw. Ja, natuurlijk. Ja hoor! U woont op een enorme bel! Dat levert miljoenen guldens op! Dus ik ben nu rijk? Nou, de staat is rijk. De staat kan nu wegen bouwen, dijken ophogen, pensioenen betalen. De Staat der Nederlanden is nu heel rijk. Ja, maar ik ook. Ik ben ook rijk. Nou, nee. Maar u krijgt aardgas. Net zoals iedereen. Morgen komen we terug en dan gaan we boren. Dag, dag. Oké. Maar is dat boren niet schadelijk? Welnee. Nee hoor! Dat boren is volkomen veilig. Gegarandeerd door de NAM! Is er kans op verzakking? De komende jaren zeker niet. Maar over 50 jaar dan? Als jullie maar blijven boren? Dan kan er misschien weleens wat scheuren en verzakken, maar dat gebeurt pas over jaren en jaren. Dan zijn wij drie allang dood, dus wie dan leeft, wie dan zorgt. En mijn kleinkinderen? Als die hier dan willen wonen? Geen idee. Geen idee. Die wonen hier dan wel in een bouwval, in een ruïne, met overal scheuren! Maar dan kunnen ze toch verhuizen, op onze kosten! Dat komt goed, mevrouwtje. Wees toch een beetje blij, mevrouw. U heeft aardgas in de tuin! Tot morgen! Tot ziens! Nou, de volgende maar weer. Wat kijk je bedroefd, Mien. Heb je aardgas in je tuin? Ja, het is een ramp. Wij ook. We hebben ook aardgas.