De uitvinding van het condoom

Dag. U bent toch dokter Aletta Jacobs van de geboortebeperking? Van de condooms? Dat ben ik. Neemt de plaats. Dank u wel. U bent toch dominee? Hoe heet ook alweer? Ja ssht. Dit is mijn vrouw. Ook ssht. U preekt altijd heel fel in de kerk, tegen mij en tegen condooms. Dat klopt. Geboortebeperking mag niet van God. Laat iedereen maar zoveel mogelijk kinderen krijgen. En wat komt u hier doen? Nou ziet u, het zit zo: Wij hebben twaalf kinderen. Maar ik vind dat genoeg, dokter. Ik kan niet meer. We doen het. We nemen die verschrikkelijke condooms van u. Alleen niemand mag het weten. Dus op zondag bent u tegen condooms maar nu komt u ze stiekem bij mij halen? Ja dat klopt ja. Ssht! Goed, een doos condooms. Bah, wilt u nou niet steeds dat vieze woord zeggen? Dank u wel. Dank u wel voor de condooms. En wij zijn hier dus nooit geweest. Dit gesprek heeft niet plaatsgevonden. Nee, natuurlijk niet. Dominee. Hallo dokter Aletta Jacobs. Ik ben hier in het diepste geheim. Ik ben zelf namelijk ook arts. Ja ik herken u wel. U schrijft altijd hele boze artikelen over mij en over geboortebeperking. Klopt, maar nu even niet. Ik heb ze nodig. Mijn vrouw en ik hebben meer dan genoeg kinderen. Heeft u misschien... Een doos condooms? Oh dankuwel. En ook nog voor mijn zwager en voor mijn buurman en voor mijn zoon. Alstublieft. Dank u wel. Ik ben hier nooit geweest. Nee natuurlijk niet. Ja wie is er aan de beurt? Allemaal condooms zeker? Ja ja ja.