De eerste Nederlandse spoorlijn

Vandaag is de grote dag. 20 september 1839, de opening van de eerste spoorlijn in Nederland van Amsterdam naar Haarlem. Na Engeland, Amerika, Duitsland en België nu eindelijk de trein in Nederland. Maar beter laat dan nooit. En het zijn vooral de dames die het aandurven. Het is heerlijk met de trein naar Haarlem. Dat komt zo: mijn zus woont in Haarlem en ik zag er bijna nooit meer hè. Want ja, het is vijf en een half uur met de trekschuit. Maar nu met de trein, dat is mijn 35 minuten. Ja het is echt een zegen. Veel goedkoper ook dan met de koets. En nu kunnen eindelijk ook de gewone mensen met de trein. Zo is het ook. Ja echt heerlijk met de trein. Vandaag naar Haarlem, morgen naar Veenendaal de Klomp. Of naar Purmerend Overwhere. Op de trein! Maar er zijn ook tegenstanders. Wat vindt u van de... Levensgevaarlijk is die trein! Die gaat meer dan twintig kilometer per uur. Da's veel te snel. Ja, veel te snel. De koeien langs het spoor hangen helemaal van slag. Die geven straks zure melk. Dat denken wij. Ja en de kippen. De kippen leggen geen eieren meer. En er is kans op verstikkingsgevaar. Want hoe kan je nou nog ademhalen als je zo snel gaat? Hè, dat zeggen de doktoren. En die hebben ervoor doorgeleerd. Nee, je krijgt die lucht niet naar binnen. Wij zijn tegen de trein! Weg met de trein! Het moment is daar. Het lint zal geknipt worden door de vrouw van de burgemeester en aanstonds gaan de dames aan boord. We gaan zo rijden. Zullen de kippen van de leg raken? Wordt de melk van de koeien zuur of wordt de trein een enorm succes? De trein, dat wordt niks. Het wordt een ramp. Weg met de trein. Wij willen op 10 oktober naar Parijs en Londen en als het bevalt, dan nemen we een kortingskaart of een ov-chip. En anders rijden we gewoon zwart. Of als er blaadjes op het spoor liggen in de herfst, dan rijden de treinen niet. Dan zet de NS bussen in. Kom op meiden, let's go! Oh nee, dit wordt een ramp! Ik durf niet te kijken. Ik ook niet! Oh dit gaat helemaal mis. Kijk, de trein zet zich in beweging. Het is gelukt. We rijden. De eerste trein. Van Amsterdam naar Haarlem! Het gaat hartstikke goed. Het gaat helemaal goed. We hadden ongelijk. We zaten ernaast. Ik wil ook mee met de trein!