Koning Willem I komt aan land

Sire, welkom in uw nieuwe koninkrijk. Dank u. En waar zijn de duizenden fans die mij waren beloofd? Die dolgelukkige Hollanders. Hier zijn ze. Ze zijn door het dolle heen. Leve de koning. Leve de koning. Hoera, hoera, hoera. Dat is alles? Drie man en een paardenkop. Ze zijn allemaal spontaan hierheen gekomen omdat ze fan zijn van u en uw vrouw. Leve de koning, leve de koning! Hoera, hoera, hoera! Wanneer krijgen we ons geld? Dus dit is mijn welkom, een stelletje hersenloze vissers. Ondankbaar rot-volk. Ik ga terug naar Engeland. Maar lieve schat, wat moeten wij in Engeland? Dit is onze enige kans. Gaat u toch mee naar Den Haag? Daar sticht u het Oranjehuis. Er staan langs de weg duizenden mensen om u toe te juichen. Nou goed dan. Op naar Den Haag. Hoe gaan we, met de Gouden Koets? Lakeien, paarden, pracht, praal? Waar is mijn koets? Daar. Wat?! Een boerenkar! Zo wil ik dus helemaal geen koning worden. Willem, kom op! Je hebt geen geld, je hebt geen baan. Schatje, ga alsjeblieft mee. Dan worden we rijk en beroemd. Als je nu teruggaat is er geen koningshuis in Nederland. Geen Willem de Eerste, geen Willem de tweede geen Willem de derde. Geen Koningsdag, geen Oranjegekte. Geen Beatrix, geen Willem-Alexander, geen Máxima. Máxima. Maxi-wie? Dat doet er niet toe. Willem, ga nu op die kar zitten! Je gaat mee. En we zeggen dat er duizenden mensen stonden op het strand. Dat staat dan ook in de geschiedenisboekjes. Het is goed, mammie. Kom, ik ga naar Den Haag. Oh mammie, ik ga van het land zo'n prachtig mooi land maken. Ik ga kanalen graven. Dit wordt een historisch moment. Ik zou zeggen let's go! Leve de koning, leve de koning. Hoera, hoera, hoera.