De invoering van de achternaam

Wat wordt uw achternaam? Nicolette van Sas. Weer de nieuwste Franse uitvinding, de burgerlijke stand. Moet iedereen ineens een achternaam vastleggen. Tot nu toe noemden ze me of Van Breukelen... Omdat je uit Breukelen komt. Of ze noemden me Bakker. Omdat je bakker bent van je beroep. Nu moet ik kiezen. Ik weet Willems omdat mijn vader Willem heet, maar ze noemen me ook wel de Kromme, omdat ik zo krom loop. Wat moet ik dan kiezen. Ze willen alles van je weten. Adres, je achternaam en alleen maar om de belasting te kunnen innen of om je het leger in te sturen. Ik heb geen zin in die flauwekul. Ik ben tegen. Ik ook. Allez! Volgende. En wat wordt uw achternaam? Geen idee. Wat doet u voor werk? Ik handel in paarden. Ik koop paarden en ik verkoop paarden. Dat wordt dan Petronella Paardenkoper. Petronella Paardenkoper?! Wat is dat nou voor naam? Nou ja! Volgende. Ik wil geen achternaam opgeven. Dat moet u zelf weten, maar dan krijgt u een enorme geldboete. Dan bent u failliet. Oke, wacht even... Dan doe maar voor mij. Uhm, ik heb geen cent... Willem Armoedzaaier. Ja, schrijf dat maar in je boek. Armoedzaaier. Volgende. Nou, dan ben ik Gerrit Platvoet. En ik heb al dat vet haar, dus noem mij maar Olga Boterkooper. En ik Petronella Poepjes, want ik moet zo nodig. Dit is mijn man, Hendrik Kletszeiker. Nou de mijne heet Gerrit Bollekont. Dat wordt dan heren Armoedzaaier, Platvoet, Klepzeiker en Bollekont en de dames Poepjes en Boterkooper. Dit is uw nieuwe achternaam. Bedankt! Ja lacht u maar, maar uw kleinkinderen zullen minder hard lachen dan u. Ja die heten dan nog altijd Poepjes of Bollekont. En daar worden ze dan hun hele leven lang mee uit uitgelachen. Wacht even, doe toch maar van Breukelen. Nee, doe dan toch maar Paardekooper. Dat kan niet meer. Dat is nu te laat. Dat is grappig. Dit is echt om te lachen. Ik ken een hele goeie Nederlandse uitdrukking. Wie het laatste lacht, lacht het best.