De VOC in Indië

Ik zeg: onder een palmboom in Djokjakarta...dat is toch geen toeval! Haha! Hee, daar heb je de mannen van de VOC. Hee! Hallo, wat zijn jullie aan het doen? Op zoek naar specerijen. Hier op Ambon vind je alles: nootmuskaat, foelie, peper. Dat kopen jullie? Ja, van de inlandse vorsten en we verkopen het thuis door met enorme winst, haha! En de gewone mensen hier? Wat? Wat krijgen die? Wat bedoelt u? Verdienen die ook goud? Nee, waarom zouden ze? Maar wat krijgen ze dan? Bijna niets, hoezo? Voor hen is dat genoeg, hoor. Zij zijn 't gewend om niets of bijna niets te verdienen. Ze zijn heel arm dus ze kunnen met veel minder toe dan wij. Dus jullie zuigen ze uit? Nee! Welnee! De doen die inlandse vorsten, maar wij niet. Maar jullie roven de schatten hier. Stil, straks horen ze het nog! Ze kunnen beter niet weten wat wij verdienen aan hun specerijen. Vinden jullie dat eerlijk? Eerlijk? Ja, het gaat eerlijk. Ja, wij verdienen evenveel. Ja, fiftyfifty! Hoe eerlijk wil je het hebben? Ga nu maar weg met die camera. Voordat die inlanders rare ideeën krijgen! Vort! En niets zeggen, he! De mannen van de VOC die Nederland rijk maken. Ik zeg dus: Man, in Djokjakarta... APPLAUS