Walvisvaart in de Gouden Eeuw

Hoi. Hallo. Wij benne walvisvaarders. Nou ja, ik dan, zij niet. Zonder de walvis waren wij nergens, he Jan? De walvis zorgt voor ons. Natuurlijk eten we walvisvlees. Ja. En we wassen ons met de zeep gemaakt van de traan van de walvis. We gebruiken die vieze, oude, bruine traan als middel tegen de reuma. Marije heb bijvoorbeeld een korset om de boel wat bij elkaar te houden. Die is gemaakt van... De walvis. Baleinen! Als het zonnig is... Dan pakt Marije haar parasolletje. En dan zien we hier baleinen. Ja, hoor! Van de walvis. En meneer, dat hek daar, weet je waar dat van gemaakt is? Van de kaak van de walvis! En eh, een walvis, die is dus 9.000 gulden waard, he. We hebben er vele gevangen en we benne er rijk van geworden. Heel De Rijp is rijk geworden van de walvis. Daarom zeggen wij: Leve de walvis! Ja, er is echter EEN heel groot nadeel. De verwerking van walvisproducten... Brengt een enorme stank met zich mee. Dus we zijn wel rijk...Maar er komt op zich nooit iemand langs. Ze verdragen die stank niet. Er komt nooit iemand! Laat ze maar wegblijven, ik heb genoeg aan jou. Precies! Jij, ik en de walvis. Hahaha, proost. Proost.