Eten conserveren in de Gouden Eeuw

Koken met Kaat en Lidewij. Hoi.Hoi. Wij zijn Kaat...en Lidewij. We gaan zeventiende-eeuws koken met Kaat...en Lidewij. We maken iets gezonds voor de mannen op het schip. Ze zitten maanden aan boord. Zonder koelkast. Alles bederft. Laat ze opzouten. Kaat, dat is niet aardig. Met zout. Met zout kun je alles inzouten, opzouten, afzouten en alles blijft lang houdbaar. Mmm, zout. Vis inzouten. Bieflappen opzouten. Peultjes, bietjes, allemaal afzouten. Laten weken, zout eraf spoelen en opeten. Je vergeet het belangrijkste. O ja? Ja. Je kan 't inzouten maar 't ook in het zuur leggen. Zoals...de zuurkool! Dat is kool in het zuur. Helpt tegen scheurbuik. Scheurbuik komt door een tekort aan vitamine C. Vita wat? Laat maar. Je hebt scheurbuik. Je benen doen pijn en je tandvlees gaat bloeden. Zo lelijk. Maar wat helpt? Zuurkool! Als iemand de pijp uitgaat, bewaar je 'm in een vat met zuur. Superhandig! Ieuw! Het is etenstijd. Wij gaan eten. Zuurkoolsoep. Zoute haring uit het zout op een lauwwarm bedje van zuurkool. Dat was de maaltijd voor de hoge heren. Die arme matrozen kregen, ieuw, o my god, hele vieze vissenkoppen en bedorven brood. Wat stinkt dat eten. Meiden, beloof me EEN ding: zorg dat je een rijke vent trouwt. Dan hoef je no way een vissenkop te eten. Doei!