Armoede in de Gouden Eeuw

Een aalmoes voor een blinde. Een aalmoes... Hebt u misschien een aalmoes? Nee. Ik ben hier namens de schout en zijn rakkers. Wat?! Politie van de Gouden Eeuw. Wij zijn de rakkers. O, oke. Heeft u een muntje? Nee, we kijken alleen of u een goede bedelaarsvergunning hebt. Bedelaarsvergunning? Ja. Elke bedelaar moet een vergunning hebben. Anders kan iedereen gaan bedelen. Bedelen is een vak, doorgegeven van vader op zoon. Alleen officiële bedelaars zijn toegestaan. Zij die staan geregistreerd in het gemeentelijk bedelaarsregister. Wilde bedelaars willen we niet. Nee, anders kan iedereen gaan zitten en z'n hand ophouden. Ja, dat snap ik. Dus, hebt u een vergunning? Jazeker. Hebt u een vergunning van deze gemeente? Want elke bedelaar mag alleen in z'n eigen stad bedelen. Kijk, dit is mijn bedelvergunning. Zo, netjes in een mapje. Keurig geplastificeerd. Zo zien we het graag. Ja, alleen helaas, we moeten u meenemen. Deze vergunning is verlopen. Ja, EEN dag. Gisteren was hij nog geldig, vandaag niet meer. Maar, maar, maar...U moet wel op tijd uw vergunning verlengen, he. Anders bent u 'n illegale bedelaar. Ben ik dan EEN dag te laat? EEN dag. Precies. Neemt u me niet kwalijk. We moeten u meenemen naar de gevangenis. O, o, oke. Nou, ja. Wel lekker warm binnen in de cel, lijkt me. Het is heerlijk warm, zeker.