Hoe zou het Wilhelmus geschreven zijn?

Kom jongens, we moeten een volkslied schrijven voor de Nederlanders. Daar heb ik zin in. Ja leuk. Over wie, over wat. Over Willem van Oranje, onze held. Hoeveel coupletten? Zestien. Zestien? Dat is toch veel te veel. Het is een acrostichon. Het is een naamdicht, dus: eerste couplet met een W, dan een I, een L, een L... Willem van Nassouwe, 16 coupletten. Dat is veel te veel. Dan kunnen we toch ook doen: Willem, W - i - l - l - e - m, dat zijn maar 6 coupletten. Of gewoon W - i - m, Wim, zijn er maar 3. Nee, we doen 16 coupletten. Wat een onzin. Daar gaat toch niemand uit zijn hoofd leren. Hooguit één of twee. Dat is de opdracht! Eerste couplet begint met een W. Wilhelmus van Nassouwe ben ik van Neerlands bloed. Doe maar Duitsen bloed. Het was toch een Nederlander? Ja maar hij had allemaal landerijen in Frankrijk en Duitsland. Ja, en Duits en Diets dat is Germaans, dus doe maar Duits. Ja, ik vind dat wel verwarrend allemaal, maar goed. Zet er maar even iets bij, dan komen we daarop terug. Maar wat rijmt er op Nassouwe? Blauwe, gauwe, flauwe, Douwe. Den vaderland getrouwe blijf ik zolang het moet. Met hartelijke groet. Blijf ik in ondergoed. Blijf ik tot in den doet. In den doet? Wat is in den doet. Dat is tot in de dood. Maar dat ja. Dat rijmt niet. Nou ja, dood, doet, is hetzelfde, hè. Ja, waar jij vandaan komt, ja, maar het is geen Nederlands hoor. Goed dan komen we dan op terug. We moeten nog 15 coupletten. Oké oké. Is er al muziek? Ja, er is muziek is. Wat dachten jullie van dit? Wilhelmus van Nassouwe ben ik van Duitsen bloed. Nee, dat vind ik stom. Oké. Wilhelmus van Nassouwe ben ik van Duitsen bloed. Leuk. Lelijk. Oh, en ook nog: Wilhelmus van Nassouwe ben ik van Duitsen bloed. Leuk. Mooi. Nou, daar had ik nou het minste mee. Nou goed. Eén couplet af, we hoeven nog maar 15 coupletten. Zullen we dan nu wat gaan eten. We hebben het verdiend. Kom. Kunnen we toch niet doen, Wim? W - i - m? Neehee!