Kenau Simonsdochter Hasselaer

Haarlem is verloren. We moeten ons overgeven aan de Spanjaard. Nooit! Als wij ons overgeven, dan worden we vermoord en verkracht en verbrand. Maar ze beloven dat ze dat niet doen. De Spanjaarden hebben zo vaak hun woord gebroken. Maar dit keer zweren ze het. Als een Spanjaard ademt, dan liegt-ie. Ik ga vechten. Gaan jullie mee? Kom op! Stelletje slappe wijven... Kom op! Okee, dan ga ik wel alleen. Wacht! Ik ga mee, Kenau. Ik ook. Dan zijn we met zijn drieën. Denken jullie dat de Spanjaarden daar bang voor zijn? En jullie dan. Maar Kenau, wat kunnen we doen? We zijn maar zwakke vrouwen. Zwakke vrouwen? Hoeveel kinderen hebben jullie gekregen? Zeven... ik 13... 23. Nou dan, dan weten jullie toch wat vechten is? Kom op! Mannen zijn een stelletje slappe slapjanussen. Wij zijn sterker. Duizend mannen bij elkaar. Ja! Kenau Simonsdochter Hasselaer, de dapperste dame van het land. Elke Spanjaard slaat ze in elkaar. Zij steekt de vijand zo in brand. Zij loopt vooraan om Haarlem te bevrijden, met honderden sterke stoere meiden. Kenau Simonsdochter Hasselaer, kijk eens hoe ze knokt en hoe ze schiet. Zo maakt zij haar roem en glorie waar, maar koken, dat kan zij niet. Haar kinderen heeft zij maar verwaarloosd, met haar onverzorgde tanden in haar mond. En niemand wilde ooit eens bij haar eten, en ze ruikt naar een ongewassen hond. Kenau Simonsdochter Hasselaer, zij is onze onverschrokken gids. Kent geen angst voor het krijgsgevaar, maar 't is een kenau, een manwijf en een bitch. Nou ja zeg!