Waarom wordt het eten van Romeinse keizers voorgeproefd?

Majesteit. Ah! We kunnen aan tafel. O! Heerlijk. Ik heb er zin in. Wat eten we? We eten vooraf geitenbal, daarna struisvogelhersens...en we eindigen met vetgemeste slakken. Oeh! Slakken. Daar heb ik zin in. Eerst ga ik even liggen. Liggen?Ja-ha, wij Romeinen zitten niet tijdens 't eten, wij liggen. Nou, tast toe, lieverd. Sire, het moet eerst voorgeproefd worden door uw voorproever, he? Ach! Ja, natuurlijk. Om te kijken of er geen gif in zit. Waarom toch? Ik ben zo'n goed vorst, zo aardig, zo wijs, zo mild. Uw onderdanen vinden u een tiran. U heeft wel erg veel tegenstanders laten doden. Dan moeten ze maar geen tegenstander zijn, he? Nou, voorproever, proef voor. Sire, mijn naam is Thor, ik kom uit Germania. Eerst... slakken. Hm. He, nee! Hij is dood, sire. Vergiftigd. Wat zonde nou! Van de slaaf? Nee, van die slakken! Ik had zo'n zin in slakken. He! Nou, de geitenballen. Proef voor. Hallo sire. Ik ben slaaf uit Syrie. Ik eh...Hier! Geitenbal. Hm. Lekker. Dit is echt 't lekkerste wat ik...Ah, nee! Wat zonde nou van die geitenbal! En van die slaaf. Dat maakt niet uit. We hebben er genoeg. De volgende, struisvogelhersentjes. Sire, ik ben een slaaf uit het verre Griekenland. Genaamd Souvlaki. Openen uw mond. Struisvogelhersens. Hop. Hm. Lekker. Hmmm. Hee! He! Drie slaven dood. Wat moet ik nou eten? We... hebben alleen nog broodpap. Het eten van 't personeel. Broodpap? Alstublieft. Ben ik daar keizer voor geworden, om broodpap te eten? Nou, vooruit. Even proberen. Bah! Bah-bah-bah-bah! Bah! Nee! Nee-nee-nee! Sire! Sire! Sire! Sire! Geintje. Nee-nee-nee-nee-nee! Nee-nee-nee! Geintje!