Slaaf in Rome

Het leven als slaaf is verschrikkelijk. Verschrikkelijk. Niet te doen. Ze maken je krijgsgevangen in Germania of Afrika. En ze nemen je mee. Ze pakken alles van je af. En dan maken ze je tot slaaf. Dan word je verkocht op de markt. Met een bandje om je nek, met al je talenten. 'Kan goed koken.' Of: Is goed met mensen. Spreekt Grieks. 'Heeft een rijbewijs.' Ik dan, he. Dan moet je de hele dag werken voor een hongerloon. Verschrikkelijk! Maar als je slim bent, kun je als slaaf leraar worden. Of dokter of manager van een bedrijf. Of acteur. Dat kan ook, he. Acteurs zijn ook gewoon slaven. Als je goed kan knokken, dan word je gladiator. Dan kan je schatrijk worden, met allemaal meiden achter je aan. Dan kan je jezelf vrijkopen. Als dat zou kunnen. Maar als je helemaal geen mazzel hebt en je bent bijvoorbeeld Germaan, dan moet je werken in de steengroeve. Heel gevaarlijk. Word je verplet, ondervoed. Verschrikkelijk. Kijk, het is heel simpel. Het hele Romeinse Rijk, al die aquaducten en gebouwen...al die rijkdom en glorie, allemaal dankzij ons, de slaven. Zonder ons, geen Romeins Rijk. Nee. Maar... Maar er is maar EEN ding erger dan slaaf zijn in Rome...en dat is een arme Romein zijn. O, die arme Romeinen, die hebben 't zwaar. M-hm. Kijk, wij krijgen te eten. Vies eten, maar toch. We hebben een bed. Vies bed, maar toch. De gewone Romein? Die leeft in de goot. Geen cent. Cholera, pest, pokken en ellende. Als je dat ziet, dan ben je bijna blij dat je slaaf bent in Rome. Al was ik liever keizer geweest. Ja. Keizer, dat willen we allemaal wel. O. O. Ik ben lekker koper aan 't poetsen. Ik ben zo lekker aan 't poetsen. Ik hou van koper poetsen. Wat ben ik lekker aan 't poetsen.