Rome in brand

Dit is het nieuws van 64 na Christus. Rome staat in brand. Duizenden huizen verwoest. Een eerste reactie van de keizer. Mensen. Dit is een verschrikkelijk dag voor Rome. Die brand, dat had niemand verwacht! Maar elke nadeel heeft zijn voordeel. We hebben besloten om op de verwoeste plek een gebouw te zetten. Wanneer heeft u dat besloten? Weken geleden. De bouwplannen zijn al af. Eh... Net! Uurtje geleden! Spontaan bedacht! Ja, spontaan plan! Haha. Is het waar dat u tijdens de brand op uw harp speelde en genoot? Welnee. Welnee! Hoe komt u daar nou bij? Ik ben meteen naar buiten gegaan om te helpen. Wie denkt u dat 't gedaan heeft? Nou, ik niet, he! Ik heb ook een alibi. Ik was niet in Rome, ik was in Pompei! Ik heb getuigen, dus ik was het niet. Erg, he, die brand? Erg! U zei net dat u heeft geholpen bij het blussen. Dus u was er wel. Ik was er niet en toen wel. Toen heb ik geholpen met blussen. Het was al te laat. Het was ZO erg. Volgens boze tongen hebben uw mannen het aangestoken. Mijn mannen?! Hoe komt u daar nou bij?! Ik weet wie de daders zijn. Kijk, dit is gevonden tussen de rokende puinhopen, een Bijbel. DIT is het bewijs. De christenen hebben het gedaan! De wie?! De christenen! Een kleine geloofsgemeenschap in de joodse wijk. En we zullen ze voor de leeuwen werpen tot de laatste man! Pak de christenen! Is die Bijbel in 't vuur gevallen? Want hij ziet er nog gaaf uit. Jaaa, natuurlijk. Maar dat is het wonder van hun God. Nou, dit was het. Dit was het, mensen. Lekker gaan slapen, morgen gezond weer op. Alles is onder controle, maakt u zich geen zorgen. Behalve als u christen bent, dan moet u hollen. Ha-ha-ha! Daaaaag. Nero! Nero! Nero! Nou gaan we lekker bouwen, ik heb er zin in. Laat eens zien. Ohhh! Domus aurea! Mmm! Lekker bouwen! Lekker bouwen!