Wie was keizer Claudius?

Oh, hallo. Ja. Ik ben C-C-Claudius. En ik word altijd onderschat. Hoe komt dat? Nou ja, ik ben een beetje verlegen. Ik st-stotter. Ik loop een beetje mank. Beetje spastisch. En ik heb een druipneus. Maar u bent wel de keizer. Precies. Ik werd altijd uitgelachen door mijn moeder, oma, mijn neef, de k-k-knettergekke k-keizer C-C-Calaigula. En nu lach ik hun uit. En keizer Augustus? Oh, ja. Mijn oudoom Augustus nam me ook niet serieus. Maar Claudius, u bent heel erg belezen en heel erg slim. Precies, ik ben een briljant k-k-keizer. Ik heb Groot-Brittannië veroverd. Dat is Julius Caesar niet gelukt. Mij wel. Goh, wat knap. Claudius, je bent vier keer getrouwd. Ja. Plautia, maar die ging vreemd. Aelia Paetina, maar die was stomvervelend. En toen Messalina. Ja. Maar dat was een b-b-b-bitch. Ja. Dank je wel. En je laatste vrouw? O, Agrippina. Agrippinaatje. Dat was een schatje. Dat dacht ik tenminste. Totdat ze me probeerde te vergiftigen met foute paddenstoelen. Ik heb een week geleden onder de diarree. Ik spoot alles onder. Maar het kwam, haar zoontje Nero wilde ze keizer maken. En toen? Toen ben ik dus helemaal onder de spuitpoep naar de lijfarts gegaan. Die wilde me laten braken met een braakveer. Deze. En toen bleek dat die braakveer vergiftigd was. Zat mijn lijfarts dus in het complot. En toen ging ik hartstikke d-d-dood. Helaas. U wordt later herinnerd als een zeer slim, sluw en effectief keizer. Al stottert u en loopt u mank. Wat is uw geheim? Nou ja, kijk...Weet je wat het is? Je moet er altijd voor zorgen dat mensen je onderschatten. Dat ze je niet te serieus nemen. Doe maar alsof je dom bent, overdrijf maar. Dan hoor je dus alles. De grote bekken slaan elkaar de kop in. En wie springt er op de troon? Precies. Wie het laatst lacht, lacht het best. Dag Claudius. Ja, b-b-b-dank u wel.