Hoe zijn kanonnen bedacht?

Een schuifkanon is een lichtgewicht kanon waarvoor je geen buskruit nodig hebt. Alleen een hamer. Je plaatst het kanon onderaan de muur dat je wilt veroveren. Je pakt de hamer en... beng! Geen gevaar meer van onverwacht ontploffend buskruit, het schuifkanon is volkomen veilig! Geschikt voor kinderen vanaf zes jaar. Kletspraat! Zo’n schuifkanon voor kinderen bestaat natuurlijk niet. Echte kanonnen wel. Die zijn heel lang geleden uitgevonden. Mensen zochten naar een krachtig wapen om in oorlogen te gebruiken tegen de vijand. Het belangrijkste onderdeel van het kanon is buskruit. Dit is meer dan duizend jaar geleden uitgevonden door de Chinezen. Buskruit is een soort korrelig poeder. Als er vuur bij komt, ontstaat er een grote explosie. Dankzij die explosie kan de kanonskogel zo ver afgeschoten worden. Buskruit werd vervoerd in grote vaten. Dat was nog best gevaarlijk want het kon heel snel ontploffen. Dit gebeurde lang geleden in Nederland. Een schip met wel 369 vaten vol buskruit ontplofte. Verder was het belangrijk dat het buskruit goed gemaakt werd, anders spatte de hele kanonskogel uit elkaar. En die moet natuurlijk heel blijven. Voordat de kogel kon worden afgevuurd, moest er van alles gebeuren, er waren heel veel mensen nodig om de eerste oorlogskanonnen te bedienen. Nu gaat het een stuk sneller en gaat er veel met een computer. Een groot kanon van de marine schiet wel meer dan 4000 kogels per minuut. Kannonnne!