Spelen met vuur

Elke dag weer zie ik ruggen vol blaren, bomen van kerels die janken van pijn. Kinderen die zichzelf zien in de spiegel en even niet snappen dat zij het echt zijn. Steeds zeg ik kalm ik ga je verzorgen. Dat is mijn vak. Elk zijn talent. Gelukkig dat ik met de dag minder schrik. Gelukkig ook dat het nooit helemaal went. Soms is een brandwond alleen oppervlakkig. Soms is de huid weg, daar plaatsen we dan huid van een niet verbrand deel van het lichaam. Elke dag zie ik het wonder daarvan. Als het geneest, houdt iemand meestal littekens waar hij mee leven moet. Ik hoop elke dag dat het helemaal goed komt, al weet ik soms dit komt nooit helemaal goed. Kinderen stoken nou eenmaal graag fikkies. Vuurwerk hoort bij oud en nieuw om 12 uur. Vond ik ook, maar ik snap elke dag minder waarom mensen graag spelen met vuur. Het maakt toch niet uit of het door eigen schuld was dat iemand hier komt of domme pech. Zelfs als er nooit meer met vuur werd geklooid dan was het gevaar nooit helemaal weg. Elke dag weer, al doen we voorzichtig, er zijn ongelukken, tranen en pijn. Dat het goed mis kan gaan, doen we heel weinig aan. Maar het scheelt iets dat dokters als wij er dan zijn.