Uilen in Nederland

Ze leven in het bos, in kerken, bij boerderijen en velden. Ze hebben oranje, bruine of gele ogen. Ze kunnen over allebei hun schouder heen kijken en ze worden gezien als heel wijs. Ik heb het natuurlijk over uilen. Uilen zijn vogels, maar uilen hebben wel twee grote ronde ogen in de voorkant van hun kop in plaats van aan de zijkant van hun kop. Zoals de meeste vogels wereldwijd zijn er heel veel verschillende soorten uilen en in Nederland leven er zes soorten. Behalve de velduil die overdag jaagt in dit soort open velden, zie je uilen eigenlijk bijna niet, want de meeste uilen zijn nachtdieren. Bijvoorbeeld de ransuil. Die herken je aan zijn feloranje ogen en aan zijn schattige pluimpjes. Die jaagt het liefst op muizen. Een hele andere uil is de kerkuil. Die herken je aan zijn hartvormige koppie en aan zijn lichte kleur. En die maakt het liefst nesten in schuren en kerken. Vandaar ook zijn naam: kerkuil. En sinds een jaar of twintig leeft ook weer de oehoe in ons land. Dat is een van de grootste uilen ter wereld. Als een oehoe de vleugels uitspreidt, dan is hij wel twee meter breed. En uilen zijn ook helemaal gemaakt om te jagen. Ze kunnen geruisloos vliegen. Ze hebben supergoede oren en ze hebben hele goede ogen. Uilen hebben namelijk een speciaal oogspiertje dat ze samen kunnen trekken en daarmee kunnen ze als het ware inzoomen. Dus als ze dan zo hoog in de lucht vliegen, dan kunnen ze gewoon in het veld een muis zien rennen en die grijpen ze dan in hun scherpe klauwen en dan slikken ze hem zo in een hap gewoon door. Maar helaas gaat het niet altijd goed met de uil. Soms dan vind je er een op de grond, verzwakt of gewond geraakt in het verkeer. Of het zijn jonge uilen die uit het nest zijn gevallen. Uilskuikens. Nou, als dat zo is, raak hem dan niet aan, maar bel de dierenambulance. Die brengen de uil namelijk naar de vogelopvang. En dit hier is een van de grootste van ons land. De Foegelhelling in Friesland. Hoi Hetty, goedemorgen! Jij bent de beheerder hier, jullie vangen dus verschillende soorten vogels op en andere wilde dieren en dus ook uilen. Krijg je die nou vaak binnen? Ja, we krijgen best vaak uilen binnen. Heel veel soorten. Ransuilen, kerkuilen, velduil, steenuilen en zelfs oehoes. Dat zijn die hele grote? Ja, die zijn echt heel groot. Maar weet je? Kom maar kijken. Ja, graag! Dit is de eerste opvang. Hier komen de dieren binnen en zitten ze de eerste 24 uur om tot rust te komen. Kijk, ach, hier zitten een ransuil en een steenuil en het zijn iets grotere jongen. Ja, het zijn nog geen volwassen dieren. Nee, deze kunnen zich nog niet redden. Wat is er gebeurd met deze jonge dieren? Het zijn beide jonge dieren die gevonden zijn. En de steenuil die liep bij mensen voor de schuifpui. Die was helemaal het pad kwijt en had honger. Die was op zoek. Oh, en de ransuil, ja, die hebben ze gevonden onder bij een boom en kon ook niet terug. Nou, hier. Hier zitten kerkuilen. Oke, ik ben benieuwd. Die willen het graag donker. Ach, kijk nou! Dit zijn eigenlijk van die pluizige balletjes. Ja, dit zijn nou echt uilskuikens. Te cute! Deze zijn uit de nestkast gevallen in de boerderij. Ze zijn naar ons gebracht en die blijven hier nou ongeveer drie maanden en dan zijn ze groot. Sterk genoeg om zelf te jagen om ze weer uit te zetten en dan laten we ze weer los. Waarom kun je ze niet gewoon terugzetten in het nest of bij de ouders? Ja, dat proberen ze altijd wel, maar soms springen ze er direct uit. En als je drie keer dat gedaan hebt, dan weet je wel dat dat geen zin heeft. Dat werkt dan niet. Nee.