Clipphanger

Mohandas Gandhi wordt in 1869 geboren in India, deel van het Britse Rijk. Dan nog wel. Gandhi groeit op in een goed hindoeïstisch milieu en daardoor kan-ie doorleren. Hij kiest voor Rechten in swinging London. Gandhi kan die studie best aan, maar hij eet geen vlees én hij drinkt geen alcohol. Zo is hij daar wel een beetje een vreemde eend aan de bar. Na zijn studie krijgt Gandhi een baan aangeboden in Zuid-Afrika, en daar ontpopt hij zich tot leider van de Indiërs. Hij verzet zich tegen het racisme in Zuid-Afrika, en ontwikkelt de filosofie van de satyagraha: het ‘vasthouden aan de waarheid’, door geweldloos protest. Terug in India blijft Gandhi zich verzetten tegen ongelijkheid. Hij wordt voorzitter van de Congrespartij, en strijdt tegen de Britse heerschappij. Zo loopt hij in 1930 de zoutmars: een tocht van bijna 400 kilometer, als protest tegen het Britse monopolie op zout. Zou ‘t helpen? Dacht het wel. Na jaren van protest worden de Indiërs eindelijk onafhankelijk, met Gandhi als geestelijk vader. Hij heeft dan al lang de eretitel ‘Mahatma’ gekregen: ‘grote ziel’. Op 30 januari 1948 wordt Gandhi slachtoffer van een moordaanslag. Zijn lichaam legt het loodje, maar zijn grote ziel leeft nog altijd voort.