Clipphanger

Angst ontstaat in het angstcentrum in je hersenen. Eigenlijk het alarmsysteem van je lichaam. Als er gevaar dreigt, dan gaat het alarm af, en wordt je lichaam in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Je adem versnelt, je hart gaat hard kloppen en je bloeddruk stijgt. Klaar om de strijd aan te gaan! Of om heel erg snel weg te rennen… dat mag ook. Als je last hebt van een angststoornis, dan is je alarmsysteem te scherp afgesteld. Er hoeft maar een spinnetje in de buurt te komen, of de sirene begint te loeien. Dikke kans dat het daar niet bij blijft, en dat je bang wordt voor die angst. Dan ga je situaties mijden waar je eventueel ooit spinnen tegen zou kunnen komen. En da’s lastig, want… ZE ZITTEN OVERAL! Veel leuker is het om je angstcentrum zelf voor de gek te houden. Als je in een achtbaan stapt, dan weet je heel goed dat er niks kan gebeuren. Maar je angstcentrum weet dat niet, en reageert geheel automatisch: aaaaaaaaa! Er worden ook mensen geboren, bij wie het angstcentrum niet goed werkt. Deze waaghalzen zijn letterlijk nergens bang voor. Maar daar kunnen we helaas meestal niet zo lang van genieten...