Clipphanger

‘t Kofschip werd vanaf 1859 populair door een boek van de taalkundige L.A. te Winkel, genaamd ‘De Nederlandsche spelling onder beknopte regels gebragt’. Pfff, wat een ‘taalkundige’! ‘t Kofschip is niet alleen een schip uit een ver verleden tijd, het helpt je ook bij de verleden tijd van werkwoorden. Ik heb het huis ‘gesloopt’, is dat nu met een ‘d’ of een ‘t’? Nou, de ‘p’ van ‘sloPen’, die komt voor in ‘t kofschippppp, en dus is het gesloopT met een ’t’, en met een slopersbal. En bijvoorbeeld: schilderen? Nou, die ‘r’ van schilderen zit NIET in ‘t kofschip en daarom is het geschilderdddddd met een dikke ‘d’. Da’s dus duidelijk. Sinds de tijd van Te Winkel is er wel wat veranderd. Zo zijn we steeds vaker aan het ‘relaxen’. En aangezien gerelaxt ook met een ‘t’ moet, is ‘t kofschip tegenwoordig eigenlijk ‘t ex-kofschip. Of ‘t sexy fokschaap! O la la. Als het schaap of het schip een keer geen zin hebben, dan is er nog een handigheidje in plaats van ‘ik heb geschilderd’, zeg je dan ‘ik schilderDe’. En zo hoor je vanzelf dat daar toch weer die ‘D’ dient te staan. Dahaaag, kofschip! Kijk uit voor het ezelsbruggetje.