Clipphanger

De oude Grieken hebben al technieken om van blad te kunnen muzieken. Maar bij ons is er dan nog geen muziekschrift te bekennen. Hier wordt muziek op gehoor doorgegeven aan iedere volgende generatie. Met als risico dat een mooie ballade door de eeuwen heen verandert in een dampende après-ski knaller. Ook leuk. In de achtste eeuw wordt het Christendom steeds populairder, en de Gregoriaanse gezangen schieten de hitlijsten in. Die moeten wel overal hetzelfde klinken, en daar is een muzieknotenschrift voor nodig. Om het stijgen en dalen van de melodie aan te geven worden er tekens boven de tekst gezet: de zogenaamde ‘neumen’. Maar hoe hoog je precies moet zingen, of hoe laag, dat wordt pas duidelijk als er aan de neumen een lijntje wordt toegevoegd: de notenbalk is geboren, en iedereen mag het horen. De Gregoriaanse notenbalk groeit als notenkool tot uiteindelijk 4 lijnen. Maar in de 13de eeuw komt opeens de meerstemmige zang in de mode. En dan zijn er allerlei nieuwe nootjes nodig om ervoor te zorgen dat iedereen wel een beetje gelijk eindigt. Tegenwoordig bestaat de notenbalk uit 5 lijnen, mèt maatstrepen, en zijn de noten niet meer vierkant, maar rond. Net als gewone noten.