Clipphanger

De stem is ons belangrijkste communicatiemiddel, samen met ons mobieltje en het vuurtje waar we rooksignalen mee maken. Onze stem is van alle markten thuis: praten, ROEPEN, zingen. En als iemand heel mooi zingt, dan zeggen we: ‘Wat een strot!’ Want daar komt je stem vandaan. Bovenop je luchtpijp zit het strottenhoofd met daarin de stembanden, of ‘stemplooien’. Als je ademt staan die wijd open. Maar als er geluid gemaakt moet worden, dan knijpen ze samen tot er een klein kiertje overblijft: er ontstaat een drukverschil, en de stemplooien komen in trilling, en die brengen weer de lucht aan het trillen. Zo komt je stemgeluid je strot uit. En soms komt het ook anderen de strot uit. De stemplooien van de man trillen langzaam, ’maar’ zo’n 100 keer per seconde en daarom is de mannenstem laag. De vrouwenplooien trillen wel 200 keer per seconde en kinderen zijn kampioen met 300. Maar dat is maar voor even. Als in de puberteit het strottenhoofd en de stemplooien gaan groeien, dan wordt het jongensstemmetje opeens een mannenstem. Dat heet ‘de baard in de keel’, en op dat moment mag je weg uit Kinderen voor Kinderen, en kan je lekker gaan kwelen bij Kerels voor Kerels.