Clipphanger

In 1916 wordt in Wales de kleine Roald Dahl geboren. Als hij 3 is overlijden opeens zijn vader en zijn zus. Roald gaat naar een kostschool waar-ie te maken krijgt met een wel erg streng schoolhoofd. Toch lukt het hem om volwassen te worden en hij gaat werken als piloot en (na een klein ongelukje) zelfs als spion. In Amerika zet hij zijn belevenissen op papier, en zo ontdekt ie zijn ware passie: schrijven. De verhalen van Dahl zijn vaak een beetje duister, met een enge tegenstander, zoals het strenge schoolhoofd van Matilda. De kinderen zijn dan juist weer heel slim, en er valt altijd wat te lachen. Bijvoorbeeld om een reuzenperzik die vervelende tantes plet, of een Grote Vriendelijke Reus die snoskommers eet… Niks is te gek! En dat vinden vooral kinderen juist wel te gek. In Dahls privéleven is het niet alleen maar leve de lol. Zijn gezin heeft te kampen met ziektes, Roald neemt hun zorg op zich, vertelt de kinderen verhalen bij het slapengaan en maakt daar weer boeken van. De Heksen en Sjakie en de Chocoladefabriek, klassiekers waar kinderen ook vandaag de dag hun vingers bij aflikken.