Clipphanger

In 1820 wordt in Amsterdam Eduard Douwes Dekker geboren. Zijn vader is kapitein en als Eduard 18 is mag-ie mee. In het warme land waar ze aankomen, wappert dan de Nederlandse vlag: Indonesië is op dat moment namelijk een kolonie van Nederland. En daar zijn de Indonesiërs niet allemaal even gelukkig mee. Dekker houdt van schrijven, en daar heeft-ie gelukkig alle tijd voor, want hij krijgt een baan als ambtenaar. Het wordt wel een roerige carrière, want hij is ook veel bezig met gokken en vrouwen. Op zijn 35ste verkast hij naar de regio Lebak, waar de bevolking wordt leeggezogen door de plaatselijke regent. Dekker pakt de pen weer op en schijft een officiële aanklacht. Maar die valt niet in goede aarde en hij gaat het schip in. Terug in Europa schrijft-ie in één ruk alles lekker van zich af. In 1860 komt zijn meesterwerk uit: Max Havelaar, of De koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Het is felle aanklacht tegen de koloniale misstanden. Dekker publiceert het boek in heel Europa onder het pseudoniem Multatuli. Dat betekent: ‘ik heb veel gedragen’. Multatuli blijft schrijven, tot hij in 1887 zelf gedragen moet worden. Maar zijn Max Havelaar staat nog steeds op de boekenlijst. En op de boodschappenlijst.