Clipphanger

De zwaartekracht van de aarde houdt niet alleen jouw voetjes op de grond, maar trekt ook aan de luchtdeeltjes boven je koppie. De kolom van lucht boven de vierkante meter waar jij staat, weegt samen wel 10.000 kilo, en dat noemen we de luchtdruk. Die wordt gemeten met een barometer oftewel luchtdrukmeter en uitge‘drukt’ in hectopascal of millibar. Een weerman of weervrouw is voortdurend met barometers in de weer. Het weer wordt namelijk grotendeels bepaald door verschillen in luchtdruk. Onder invloed van de zon wordt lucht warmer, stijgt op, en zorgt plaatselijk voor een lage luchtdruk aan de grond. Dit tekort aan luchtdruk wordt verholpen door het aanzuigen van lucht uit gebieden met een hoge luchtdruk. Zo ontstaat een wind (Pffffrt!). Sorry. Eenmaal in het lagedrukgebied, stijgt die lucht op en koelt af. In de koude lucht condenseert waterdamp en ontstaan wolken. Die zorgen vaak voor regen. Omgekeerd is het in een hogedrukgebied (dus) vaak droog. De werking van de drukgebieden kan je makkelijk onthouden omdat ‘hoog’ rijmt op ‘droog’, en ‘laag’ op ‘dit wordt een dag dat ik mijn regenpak draag’.