Clipphanger

Als je in de winter de tuin inkijkt, dan zie je het wel: sneeuw is wit. En als je dan zegt ‘ha wat fijn, al die witte sneeuw’, dan gebruik je een PLEONASME, en daar moet je mee uitkijken want sommige mensen -zoals je buurman- kunnen daar niet tegen en worden er witheet van. En dan smelt al die witte sneeuw en blijf je achter met een flinke poel nat water. O, sorry! Bij een pleonasme wordt een onlosmakelijke eigenschap van een begrip dus nogmaals expliciet benoemd. Denk ook ‘s aan een ronde cirkel. Een pleonasme is vaak onnodig én overbodig. Hé, onnodig en overbodig? Dat is dan weer een TAUTOLOGIE: twee begrippen die exact en precies hetzelfde zeggen. Zoals ook ‘gratis en voor niets’ of ‘vast en zeker’. Een tautologie is niet per se fout of verkeerd: je kan haar ook gebruiken als stijlfiguur. Zo toon je juist de pracht en praal van onze taal. En nog even over die buurman, die niet tegen ‘witte sneeuw’ kan? Daar moet je je hondje maar ‘s langssturen. Dan weet-ie in elk geval, dat er ook gele sneeuw bestaat…