Nummer 3 Eng Schrijfwedstrijd - Nachtmerrie

De nummer 3 van de Eng online schrijfwedstrijd: Nachtmerrie. Wanneer Lola droomt over een vreemd meisje en en ketting, verandert alles in haar leven. Kunnen dromen echt waar worden? En wat moet je dan doen?

Dit verhaal is geschreven door Zoë Tegelaar en is derde geworden in de Eng online schrijfwedstrijd.

 

Ik loop in het bos. Het is erg donker, ik zie geen hand voor ogen. Ik weet eigenlijk niet waar ik heen ga, maar mijn gevoel zegt dat ik door moet lopen. Ik volg gewoon het pad. ‘Wat is het hier stil..’. Dan hoor ik geritsel in de struiken. Ik kijk om me heen. Niks te zien. Ik loop door. Er glinstert iets. Ik raap het op. Het is een ketting. Op de ketting staan tekens die ik niet kan lezen. Ik doe hem om en loop door. Weer hoor ik geritsel in de struiken. Ik kijk. Niks aan de hand. Ik kijk weer voor me. Ik kom aan op een open plek. Opeens staat er een meisje verderop. Ik schrik me rot. Het meisje heeft lang zwart haar en 1 lok voor haar rechteroog. Ze draagt een witte jurk met gaten en rode vlekken. Zouden dat bloed zijn? Nee, dat kan niet. ‘Wie ben jij?’ vraag ik. Ze kijkt me aan, zegt niks.

Dan kijkt ze naar de ketting om mijn nek. Ze opent haar mond, maar er komt geen geluid uit. Ze doet een stap naar voren. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ik draai me om, wil wegrennen, maar ik kom niet vooruit. Het meisje loopt naar me toe. Ik ren zo hard als ik kan, maar er gebeurt niks. Opeens staat het meisje recht voor me. Mijn nekharen staan overeind, ik kom nog steeds niet vooruit. Ze kijkt me recht in mijn ogen aan, opent haar mond en zegt met een schrille stem: ‘Geef mij die ketting!’.

Badend in het zweet schiet ik overeind. Het was maar een droom. Dan voel ik dat er iets om mijn nek hangt. De ketting uit mijn nachtmerrie! Hoe kan dat? De deur van mijn kamer gaat open. Het is mijn moeder. ‘Lola, je moet naar school, schiet eens op!’. Ik loop mee naar beneden.
Ik zit op school naar de instructie van wiskunde te luisteren als er een vreemd meisje de klas in loopt. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij ken ik haar ergens van. Ze heeft zwart lang haar en 1 lok voor haar oog. Ze draagt een wit T-shirt en een rood vest.  ‘Sorry dat ik zo laat ben’ zegt ze zacht. ‘Geeft niet’ zegt meneer Jansen van wiskunde. ‘Jongens, dit is Elvira. Ze is nieuw hier op school en in de stad. Ik wil graag dat iemand haar een rondleiding geeft. Lola, jij doet dat. Elvira, ga maar vast naast Sara zitten.’

 Later                                                                                                                                                                       

‘Hier is de gymzaal’ zeg ik. Elvira let helemaal niet op. Het enige wat ze doet is naar mijn ketting kijken. ‘Vind je hem mooi?’ vraag ik. Geen reactie. Ik loop door. ‘Dit is het scheikunde lokaal, dit het geschiedenis lokaal en dit –‘. Elvira is weg…

De volgende dag  

Elvira gaat naast mijn vriendin Sara zitten. Midden in de les gaat Sara naar de wc. Elvira loopt achter haar aan. Na 2 minuten komt Elvira alleen terug. Als de les is afgelopen is Sara nog steeds niet terug. Ik ga kijken of ze bij de wc’s is. Ik open 1 van de wc deuren. Niemand. Dan open ik de volgende deur. Op de grond ligt het armbandje van Sara. Ik pak het op. Dan schrik ik zo erg dat ik een gil slaak. Er zitten bloedvlekken op de muur. Het lijkt of er iets geschreven staat. Het zijn dezelfde tekens als op mijn ketting! Er staat een 1 onder en naast die 1 staat: Sara! Ik ren de wc uit. ‘Meneer Jansen! Sara is vermoord!’. ‘Sara?’ zegt hij, ‘Ik ken geen Sara’. ‘Wel! Die kent u wel!’ roep ik. Meneer Jansen schudt zijn hoofd en loopt weg. Hoe kan hij Sara vergeten zijn? Ik pak mijn smartphone en zoek het nummer van de moeder van Sara op. Er wordt opgenomen. ‘Hallo, met Lisa?’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. ‘Sara is ontvoerd!’ roep ik. ‘Wie is Sara?’. Weet Sara’s eigen moeder niet eens meer wie haar dochter is?! ‘ Wie ben jij eigenlijk?’. Er wordt opgehangen.

Ik ren naar huis. Ik snap het niet meer. Halverwege stop ik met rennen. Zuchtend denk ik na en zet alles op een rijtje. Sara ging naar de wc, daarna stonden er letters op de muren geschreven. O ja! Die letters! Ik moet weten wat ze betekenen! Ik ren zo snel mogelijk naar huis. Ik sprint de trap op. Ik ga mijn kamer in en zet mijn computer aan. Ik type bij google de tekens die op mijn ketting staan in. Hij is aan het laden. Zenuwachtig wacht ik tot hij klaar is. Klaar! Ik lees het goed door. Het betekent: Elvira zal moorden…  Opeens wordt het wazig voor mijn ogen. Ik plof neer op mijn bed.

Als ik wakker word zit mijn broer in mijn kamer. ‘Wat doe jij hier?’ vraag ik. ‘Je had een nachtmerrie en van mam moest ik bij je blijven. Terwijl je sliep had je het over een bos. Dat bos ken ik, dat is hier vlakbij. Maar er hoort een verhaal bij dat bos. Heel lang geleden woonde daar een gezin. Een man, een vrouw en hun dochter. Ze woonden in een klein huisje en iedereen uit de stad vond hun raar. Op een dag ging het meisje eten halen. Terwijl ze weg was staken de mensen uit de stad het huisje in brand. Toen het meisje terugkwam was ze razend. Haar ouders, het huis, alles weg. Het enige wat overbleef was de ketting van haar moeder in de as. Ze wilde wraak. Jarenlang wachtte ze op haar kans. Uiteindelijk stierf ze van de honger. Men zegt dat haar geest nog steeds rondzwerft op zoek naar stadsmensen die ze kan offeren. Het meisje heette: Elvira…’

Ik loop naar school. Ik ben bloednerveus. Het liefst wil ik niet gaan. Ik heb nog aan mijn moeder gevraagd of ik thuis mocht blijven, omdat Sara op school werd vermoord. Maar zij wist ook niet wie Sara was. Met tegenzin ga ik verder. Dan zie ik dat Elvira aan de overkant van de straat loopt. Ze kijkt strak voor zich uit. Opeens kijkt ze naar me. Ik kijk snel weg. Als ik weer naar haar wil kijken is ze weg.

In de klas zit Elvira helemaal achterin. Ik zit zover mogelijk van haar vandaan. Dan zegt meester: ‘Lola, jij mag je spreekbeurt komen doen.’ O ja! Mijn spreekbeurt! Door dat gedoe met Sara was ik het helemaal vergeten. ‘I-ik heb niet geoefend’. ‘Ik wil toch dat je iets voor de klas gaat vertellen’ zegt de meester. ‘Jij gaat een spreekbeurt houden over… Wie weet er een onderwerp?’. Elvira steekt haar vinger op. ‘Over nachtmerries.’ zegt ze. Zei ze dat nou echt? Doet ze dat expres? Hopelijk vind meester het geen goed onderwerp. ‘Dat vind ik een heel goed onderwerp, Elvira.’ Ik word rood. Ik probeer het nog te verbergen. Ik moet voor de klas. Wat kan ik vertellen over nachtmerries? ‘Ik ga het over mijn laatste nachtmerrie hebben.’ Wat zeg ik nou weer! ‘I-i-ik’ stotter ik. Ik ren de klas uit. Zuchtend sta ik op de gang. Elvira loopt de klas uit. Ze komt mijn kant op. Ik ren weg. Ze volgt me! Ik ren de school uit. Ze volgt me nog steeds. Ik blijf rennen tot ik bij het bos aankom. Hier ga ik niet in, hier zwerft de geest van dat meisje rond!

Elvira komt steeds dichterbij. Ik ben zo bang, dat ik toch het bos in ren. Nat van het zweet blijf ik rennen. Ik hoor allemaal enge geluiden maar door mijn angst voor Elvira blijf ik rennen. Dan stop ik bij een open plek. Ik draai me om. Elvira is weg. Ik draai me weer terug. Ik slaak een gil. Opeens staat Elvira voor me. Ze heeft alleen een jurk aan en haar lange zwarte haar zit door de war. Ik wil wegrennen maar het lukt niet. Dit lijkt wel… dit is precies hetzelfde zoals in mijn droom! ‘Wat wil je?’ vraag ik. Ze opent haar mond heel langzaam en zegt: Ik   wil   die   ketting!’ Ik kijk naar mijn ketting. ‘Waarom?’ vraag ik zacht. Haar bovenlip trilt. ‘In die ketting zit mijn ziel, ik wil mijn ziel terug hebben. Als jij mij mijn ziel geeft laat ik jou leven’. ‘En alle andere mensen?’ vraag ik. ‘Tja… Nee, die laat ik niet leven! Ik wil wraak!’. ‘Dan geef ik je hem niet.’ zeg ik aarzelend. ‘Wat zei je?’ vraagt Elvira. Ik haal diep adem. ‘Dan, geef ik je de ketting niet!’.

Het is stil. Ze begint opeens keihard te gillen. Het doet pijn aan mijn oren. Ik val op mijn knieën. ‘Geef mij mijn ketting!’ gilt ze. Ik ga staan. ‘Hier heb je hem!’ roep ik en ik gooi hem op de grond. De ketting valt in duizend stukjes. Elvira gilt weer. Dit keer nog harder. Hoe kan dat? Ze verdwijnt. Opgelucht loop ik het bos uit. ‘Deze nachtmerrie is voorbij…’